Veel minder jongeren positief over homoseksualiteit: vier partijen willen actie in Overijssel
PvdA, D66, GroenLinks en Volt vragen provincie wat zij kan doen voor acceptatie en veiligheid van LHBTQIA+ jongeren
ZWOLLE – De acceptatie van homoseksualiteit onder Nederlandse jongeren is de afgelopen vier jaar sterk afgenomen. Onder jongens in het voortgezet onderwijs daalde het aandeel met een positieve houding tegenover homoseksualiteit van 40 naar 22 procent. Bij meisjes ging het van 78 naar 51 procent. De Overijsselse Statenfracties van PvdA, D66, GroenLinks en Volt willen naar aanleiding van de landelijke cijfers weten wat de provincie kan doen.
De cijfers komen uit het nieuwe Health Behaviour in School-aged Children-onderzoek (HBSC) van de Universiteit Utrecht en het Trimbos-instituut. Het onderzoek wordt iedere vier jaar uitgevoerd en richt zich op de gezondheid en het welzijn van jongeren.
Belangrijk daarbij is dat de cijfers landelijk zijn. Uit het onderzoek kan dus niet worden geconcludeerd dat de percentages onder jongeren in Zwolle of Overijssel hetzelfde zijn.
Van 40 naar 22 procent bij jongens
Vooral onder jongens in het voortgezet onderwijs is het aandeel met een positieve houding tegenover homoseksualiteit laag. In 2021 ging het om 40 procent. In 2025 was dat gedaald naar 22 procent.
Meisjes staan gemiddeld positiever tegenover homoseksualiteit, maar ook bij hen is een sterke daling zichtbaar: van 78 procent in 2021 naar 51 procent in 2025.
Het HBSC-onderzoek is landelijk representatief en wordt in Nederland uitgevoerd door onderzoekers van de Universiteit Utrecht en het Trimbos-instituut.
Vier partijen stellen vragen in Overijssel
De cijfers zijn voor de Overijsselse Statenfracties van PvdA, D66, GroenLinks en Volt aanleiding om mondelinge vragen te stellen aan het college van Gedeputeerde Staten.
De vier fracties willen onder meer weten welke mogelijkheden de provincie ziet om de acceptatie en veiligheid van LHBTQIA+ personen te vergroten, met bijzondere aandacht voor jongeren.
“Dit zijn zeer zorgwekkende resultaten”, zegt Emma Peetsma van de PvdA. Volgens haar laat de ontwikkeling zien dat er ondanks de inzet van de provincie nog werk te doen is.
De partijen stellen dat iedere jongere zichzelf moet kunnen zijn zonder zich te hoeven verantwoorden of verbergen.
Overijssel is regenboogprovincie
Overijssel profileert zich sinds 2017 als regenboogprovincie. Daarmee zet de provincie zich in voor onder meer acceptatie, veiligheid en gelijke kansen van LHBTQIA+ personen.
De vier fracties willen weten wat die inzet tot nu toe concreet heeft opgeleverd en welke aanvullende mogelijkheden Gedeputeerde Staten zien.
Wat gebeurt er met ‘Iedereen doet mee’?
Daarbij kijken PvdA, D66, GroenLinks en Volt ook naar het provinciale beleid onder de naam Iedereen doet mee.
De partijen vragen hoeveel initiatieven rond acceptatie en inclusie van LHBTQIA+ personen gebruikmaken van de gelijknamige subsidieregeling.
Met deze regeling ondersteunt de provincie lokale en bovenlokale initiatieven die bijdragen aan een inclusieve samenleving. Daarbij kan het bijvoorbeeld gaan om activiteiten die zichtbaarheid, emancipatie en sociale acceptatie bevorderen of discriminatie en uitsluiting tegengaan.
Subsidie voor lokale initiatieven
Voor lokale activiteiten kan via de huidige regeling maximaal 5.000 euro subsidie worden verstrekt. Voor bovenlokale activiteiten is dat maximaal 15.000 euro per aanvraag.
Voor de huidige aanvraagperiode, die loopt van 15 juni tot en met 16 oktober 2026, is voor beide categorieën 45.000 euro beschikbaar.
Partijen willen reactie van provincie
De vier Statenfracties vragen het provinciebestuur ook welke mogelijkheden er zijn om samen te werken met het Rijk en andere provincies.
Of de vragen uiteindelijk leiden tot nieuwe maatregelen in Overijssel is nog niet bekend. Eerst is het college van Gedeputeerde Staten aan zet om op de vragen van de partijen te reageren.
