Lokaal

Jongeren belanden soms alleen op vakantieparken voor zorg: kabinet wil dat terugdringen

Kabinet trekt €97 miljoen uit voor betere hulp aan jongeren met complexe problemen

ZWOLLE – Het kabinet trekt de komende jaren tientallen miljoenen euro’s uit om de hulp aan jongeren met complexe problemen te verbeteren. Een belangrijk doel is het terugdringen van zogenoemde 1-op-1-plaatsingen. Daarbij verblijft een jongere vanwege een gebrek aan passende alternatieven soms alleen met begeleiding op een afzonderlijke locatie, bijvoorbeeld op een vakantiepark.

Voor de jaren 2026, 2027 en 2028 stelt het kabinet in totaal 77 miljoen euro beschikbaar aan jeugdregio’s. Daarnaast wordt 20 miljoen euro gereserveerd om landelijk verbeteringen door te voeren in de residentiële jeugdhulp.

Tekort aan passende hulp wordt zichtbaarder

Volgens het kabinet wordt door de afbouw van de gesloten jeugdhulp steeds duidelijker dat er voor een deel van de jongeren met complexe problematiek onvoldoende passende hulp beschikbaar is.

Daardoor wordt in sommige gevallen gekozen voor een 1-op-1-plaatsing. Het kabinet noemt daarbij als voorbeeld het onderbrengen van een jongere op een vakantiepark. Volgens het ministerie biedt zo’n oplossing vaak niet de hulp die een jongere daadwerkelijk nodig heeft en zijn deze plaatsingen bovendien zeer kostbaar.

Minister Sterk van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport wil daarom samen met gemeenten zoeken naar andere oplossingen, bij voorkeur in de eigen regio van de jongere.

Jeugdregio’s krijgen €77 miljoen

Voor het ontwikkelen van beter passende hulp krijgen de jeugdregio’s gezamenlijk 77 miljoen euro voor de periode 2026 tot en met 2028.

Met dat geld moeten alternatieven worden ontwikkeld waarmee onder meer kan worden voorkomen dat jongeren in een 1-op-1-setting terechtkomen. Wanneer verblijf in een instelling toch noodzakelijk is, is het uitgangspunt dat een jongere zo snel als mogelijk weer naar huis kan.

De minister gaat met de jeugdregio’s in gesprek over het zorgaanbod dat voor deze groep nodig is en over wat regio’s nodig hebben om dat daadwerkelijk te organiseren.

Doorbraakaanpak voor jongeren die nu vastlopen

Het kabinet kijkt niet alleen naar toekomstige verbeteringen. Voor jongeren die nu al in een situatie zitten waarin de hulp onvoldoende aansluit, wordt gewerkt aan een zogenoemde doorbraakaanpak.

Jeugdregio’s moeten daarvoor samenwerken met gecertificeerde instellingen, regionale expertteams, scholen en bovenregionale expertnetwerken. Ook ouders krijgen een belangrijke rol bij het zoeken naar een oplossing.

Het uitgangspunt is dat passende hulp waar mogelijk in de eigen regio wordt georganiseerd.

Nog eens €20 miljoen voor landelijke verbeteringen

Naast het geld voor de jeugdregio’s reserveert het kabinet 20 miljoen euro voor landelijke maatregelen.

Een deel daarvan is bedoeld om beter inzicht te krijgen in het beschikbare aanbod van residentiële jeugdhulp. Ook moet er meer coördinatie komen bij plaatsingen, zodat beter kan worden gekeken welke beschikbare plek aansluit bij wat een jongere nodig heeft.

Verder komt er een landelijk kwaliteitsprogramma met minimale kwaliteitseisen voor residentiële jeugdhulp.

Gesloten jeugdhulp wordt verder afgebouwd

De maatregelen hangen samen met de veranderingen binnen de gesloten jeugdhulp. Het kabinet werkt aan de verdere afbouw daarvan en aan een nieuw wettelijk kader.

Volgens het kabinet hebben ervaringen van jongeren laten zien dat gesloten jeugdhulp op termijn niet helpt en schadelijk kan zijn. Tegelijkertijd kunnen situaties blijven bestaan waarin het vanwege de veiligheid van een jongere of diens omgeving noodzakelijk is om grenzen te stellen.

In het nieuwe wettelijke kader moet daarom veel aandacht komen voor de rechtsbescherming van jongeren. Ervaringsdeskundigen worden bij de ontwikkeling daarvan betrokken.

Plan voor nachtelijke kamerinsluiting van tafel

Het kabinet heeft daarnaast besloten een eerder aangekondigde wetswijziging voor nachtelijke kamerinsluiting niet door te zetten.

In juni 2025 werd nog aangekondigd dat de Jeugdwet mogelijk zou worden aangepast om jongeren in specifieke situaties ’s nachts in hun kamer te kunnen insluiten. Het zou daarbij bijvoorbeeld kunnen gaan om situaties waarin ernstig gevaar bestaat voor andere jongeren of medewerkers.

Na gesprekken met ervaringsdeskundigen en aanbieders van gesloten jeugdhulp concludeert minister Sterk dat de noodzaak van zo’n wetswijziging onvoldoende kan worden onderbouwd.

Daarnaast ziet de minister het risico dat nachtelijke insluiting in de praktijk geleidelijk vaker zou kunnen worden toegepast, bijvoorbeeld bij personeelstekorten. De wetswijziging gaat daarom niet door. Over oplossingen voor situaties waarin ernstige veiligheidsproblemen spelen, gaat de minister verder in gesprek met zorgaanbieders.

Gemeenten krijgen belangrijke rol

De uitvoering van de nieuwe aanpak ligt voor een belangrijk deel bij gemeenten en jeugdregio’s. Zij moeten samen met zorgaanbieders, onderwijs, expertteams en gezinnen voorkomen dat jongeren tussen bestaande voorzieningen terechtkomen.

Hoe de beschikbare 77 miljoen euro precies over de verschillende jeugdregio’s wordt verdeeld, blijkt niet uit de bekendgemaakte maatregelen. Daarmee is op dit moment ook nog niet duidelijk welk bedrag uiteindelijk beschikbaar komt voor de jeugdregio waarvan Zwolle deel uitmaakt.

Lees ook

Back to top button